De gemeentelijke diensten voeren op vraag van particulieren, bedrijven of op bevel van de burgemeester allerlei werken uit.
Vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt een retributie geheven voor de uitvoering van werken door gemeentelijke diensten.
Artikel 2
De retributie is verschuldigd door
- ofwel de natuurlijke of rechtspersoon die de schade veroorzaakt of de openbare veiligheid in gevaar brengt.
- ofwel de natuurlijke of rechtspersoon die de uitvoering van werken of diensten aanvraagt.
Artikel 3
Het college van burgemeester en schepenen wordt gemachtigd tot het vaststellen van de tarieven.
De retributie wordt op 1 januari 2026 vastgesteld op:
| Werkuren gemeentepersoneel | 45 euro per begonnen uur per personeelslid |
| Voertuigen met bestuurder (bestelwagens, tractor met toebehoren, klepelmaaier, vrachtwagen, graaf/laadcombinatie,...) | 120 euro per begonnen uur |
| Klein materieel (luchtcompressor, waterpomp, stroomgroep,...) | 25 euro per begonnen uur |
| Stort-, verwerkings- en milieukosten | volgens de overeenkomst met de verwerker |
| Andere kosten | volgens de kostprijs aangerekend door de leverancier aan de gemeente |
Artikel 4
De retributie dient te worden betaald aan de gemeente. Hiertoe wordt een factuur bezorgd die dient betaald te worden ten laatste op de vervaldag van de factuur.
De kosten bij laattijdige betaling van de verschuldigde retributies worden geregeld via het retributiereglement voor kosten van fiscale en niet-fiscale vorderingen.
Artikel 5
Dit reglement treedt in werking vanaf 1 januari 2026 en vervangt alle voorafgaande reglementen met betrekking tot de retributie voor de uitvoering van werken door de gemeentediensten.
Artikel 6
Dit reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.