Samenstelling
Aanwezig
Steven Swiggers, Burgemeester;
Karin Jiroflee, Tweede schepen;
Tom Van der Auwera, Derde schepen;
Dieter Vanbesien, Raadslid;
Luc De Bie, Raadslid;
Frank Vannetelbosch, Vierde schepen;
Bert Francois, Raadslid;
Bernard Lemaitre, Raadslid;
Nico Bogaerts, Raadslid;
Brigitte Mouligneau, Raadslid;
Pascal Vandenhoudt, Raadslid;
Veva Daniels, Raadslid;
Annik Olbrechts, Raadslid;
Benny Van Goolen, Raadslid;
Kristel Godyns, Eerste schepen;
Ine Vanhove, Raadslid;
Anne Labro, Raadslid;
Wilfried Van Noten, Raadslid;
Marleen Wouters, Raadslid;
Annemie Buedts, Raadslid;
Eddy Ghenne, Raadslid;
Luc Van Rillaer, Algemeen directeur;
Annelotte Van Meldert, Voorzitter
Verontschuldigd
Marian Ursi, Raadslid;
Tim Timmermans, Vijfde schepen;
Jolien Beerens, Raadslid
Secretaris
Luc Van Rillaer, Algemeen directeur
Voorzitter
Annelotte Van Meldert, Voorzitter
2025_GR_00419 - Tarieven 2026-2031 - Vastlegging van tarieven van de “bijdrage voor het opvangen en transporteren van het afvalwater" (BOT) en de “vergoeding voor eigen waterwinners” (VEW) - Goedkeuring
Motivering
Aanleiding en context
Overeenkomstig het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid is elke exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk belast met de sanering van het door de exploitant aan haar abonnees geleverde water. Deze saneringsplicht wordt opgelegd met het oog op het behoud van de kwaliteit van het geleverde water. Artikel 2.3.5, §2 van het decreet stelt dat de exploitant, om aan zijn saneringsverplichting te voldoen, de sanering hetzij zelf kan organiseren, hetzij hiervoor beroep kan doen op een derde zoals voorzien in artikel 2.6.1.3.3,§1 van het Decreet. Artikel 2.6.1.3.3, §2, eerste lid van het Decreet bepaalt dat de exploitant aan de uitvoering van de gemeentelijke saneringsverplichting voldoet door een overeenkomst te sluiten met de gemeente.
Op 23 februari 2024 keurde de Vlaamse Regering een besluit over de invulling van de gemeentelijke saneringsverplichting goed. Het besluit legt heel wat verantwoordelijkheden en doelstellingen vast via openbare dienstverplichtingen voor de rioolbeheerders op het gemeentelijk niveau. De bestaande overeenkomst tussen de gemeente Haacht en De Watergroep voor het uitoefenen van de gemeentelijke saneringsplicht, die dateerde van 2007, diende naar aanleiding van het besluit van de Vlaamse Regering in overeenstemming te worden gebracht met een nieuwe modelovereenkomst. De overeenkomst kadert aldus in voormelde verplichting van de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk om een overeenkomst af te sluiten met een derde partij zoals bedoeld in artikel 2.6.1.3.3, §2, eerste lid van het Decreet voor de uitvoering van de gemeentelijke saneringsverplichting.
In het kader van de saneringsovereenkomst tussen de gemeente en De Watergroep werd de gemeentelijke saneringsbijdrage in de waterfactuur geïntegreerd. Deze bijdrage wordt aangerekend op de verbruikte hoeveelheid leidingwater (BOT = bijdrage voor opvang en transport) en grondwater (VEW = vergoeding eigen winners). Het tarief van deze bijdrage dient bepaald te worden door de gemeenteraad.
Argumentatie
- De hernieuwde overeenkomst tussen de gemeente en De Watergroep werd aangegaan voor onbepaalde duur en trad in werking in september 2025; de gemeente blijft binnen deze overeenkomst de rioolbeheerder.
- In het Vlaamse regeerakkoord werden de waterheffingen vanaf 2025 verder hervormd volgens het principe ‘de vervuiler betaalt’. Tot eind 2024 betaalde de Vlaamse overheid een groter deel van de kosten voor de afvalwaterzuivering via het Minafonds, maar in dit financieringsmechanisme werd stevig gesnoeid. Om dit te compenseren worden deze kosten vanaf 2025 via de integrale drinkwaterfactuur rechtstreeks doorgerekend aan de klant. Daarnaast stijgen de investeringskosten in het gemeentelijke rioleringsnet voor waterbedrijven en gemeenten door de uitdagingen rond droogte, regenwaterbeheer en vervuiling (Blue Deal).
- De 'bovengemeentelijke bijdrage', die de zuivering van afvalwater in de zuiveringsstations dekt, is met ongeveer 40% gestegen ten opzichte van 2024. De 'gemeentelijke bijdrage' financiert de inzameling en het transport van afvalwater via rioleringen en grachten. Het tarief voor gemeentelijke sanering wordt geplafonneerd in functie van het bovengemeentelijke tarief. Dit plafond werd bijgesteld naar maximaal 1,15 keer het bovengemeentelijke tarief voor collectieve sanering en naar 2,15 voor individuele sanering. Dit heeft geen impact op het principe dat de vervuiler betaalt. Het tarief wordt immers nog altijd toegepast op het werkelijke verbruik.
- Omwille van de investeringen in het rioleringsstelsel die werden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031, is er een noodzaak om de inkomsten uit deze bijdragen te maximaliseren.
Juridische grond
- Decreet Lokaal Bestuur
- Decreet van 24 mei 2002 betreffende water bestemd voor menselijke aanwending (drinkwaterdecreet)
en latere wijzigingen
- Decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, en latere wijzigingen
- Besluit van de Vlaamse Regering van 8 april 2011 houdende bepalingen van rechten en plichten van de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk en hun klanten met betrekking tot de levering van water bestemd voor menselijke consumptie, de uitvoering van de saneringsverplichting en het algemeen waterverkoopreglement en latere wijzigingen
- Besluit van de Vlaamse Regering van 5 februari 2016 houdende tariefregulering van de integrale drinkwaterfactuur en latere wijzigingen
- Besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2024 over de invulling van de gemeentelijke saneringsverplichting en latere wijzigingen
- Besluit van de gemeenteraad van 29 september 2025 betreffende de overeenkomst met de Watergroep m.b.t. de overdracht van de gemeentelijke saneringsverplichting
Besluit
De Gemeenteraad keurt eenparig het volgende besluit goed.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 worden de tarieven van de “bijdrage voor het opvangen en transporteren van het afvalwater" (BOT) en de “vergoeding voor eigen waterwinners” (VEW) vastgelegd op het maximumtarief: vermenigvuldiging van het tarief van de bovengemeentelijke bijdrage met de maximum coëfficiënten voor gemeentelijke bijdragen, namelijk 1,15 voor collectieve sanering en 2,15 voor individuele sanering.