Terug
Gepubliceerd op 23/12/2025

2025_RMW_00108 - Meerjarenplan 2026-2031 - Geïntegreerd meerjarenplan van de gemeente en het OCMW (deel OCMW) - Vaststelling

Raad voor Maatschappelijk Welzijn
ma 22/12/2025 - 20:00 Raadzaal
Datum beslissing: di 23/12/2025 - 01:00
Goedgekeurd
Dit besluit handelt over een Origineel van een Meerjarenplan(aanpassing). voor het jaar 2026-2031

Samenstelling

Aanwezig

Steven Swiggers, Burgemeester; Karin Jiroflee, Schepen; Tom Van der Auwera, Schepen; Nico Bogaerts, Raadslid; Bernard Lemaitre, Raadslid; Dieter Vanbesien, Raadslid; Bert Francois, Raadslid; Frank Vannetelbosch, Schepen; Brigitte Mouligneau, Raadslid; Marian Ursi, Raadslid; Pascal Vandenhoudt, Raadslid; Tim Timmermans, Schepen; Luc De Bie, raadslid; Veva Daniels, Raadslid; Annik Olbrechts, Raadslid; Kristel Godyns, Schepen; Anne Labro, Raadslid; Ine Vanhove, Raadslid; Wilfried Van Noten, Raadslid; Marleen Wouters, Raadslid; Jolien Beerens, Raadslid; Annemie Buedts, Raadslid; Benny Van Goolen, Raadslid; Eddy Ghenne, Raadslid; Luc Van Rillaer, Algemeen directeur; Annelotte Van Meldert, Voorzitter

Secretaris

Luc Van Rillaer, Algemeen directeur

Voorzitter

Annelotte Van Meldert, Voorzitter
2025_RMW_00108 - Meerjarenplan 2026-2031 - Geïntegreerd meerjarenplan van de gemeente en het OCMW (deel OCMW) - Vaststelling 2025_RMW_00108 - Meerjarenplan 2026-2031 - Geïntegreerd meerjarenplan van de gemeente en het OCMW (deel OCMW) - Vaststelling

Motivering

Aanleiding en context

Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en het Provinciedecreet van 9 december 2005 bepalen dat de meerjarenplannen van de lokale en provinciale besturen starten in het tweede jaar na de lokale en provinciale verkiezingen en dat ze lopen tot het einde van het jaar na de daaropvolgende verkiezingen. Dit betekent dat de nieuwe bewindsploegen in 2025 hun beleids- en financiële planning voor de komende jaren opmaken. Ze beschrijven en verankeren die planning in het strategisch meerjarenplan voor de periode van 2026 tot en met 2031.

De besturen maken dat meerjarenplan op binnen het regelgevend kader over de beleids- en beheerscyclus voor de lokale en provinciale besturen (BBC). Die regelgeving bepaalt de samenstelling en de minimale inhoud van het meerjarenplan. Voor de opmaak van het meerjarenplan 2026-2031 gelden er aangepaste regels, schema’s en rekeningenstelsels. Dat is een gevolg van twee uitvoeringsbesluiten over de BBC, die in 2023 zijn goedgekeurd om de lees- en bruikbaarheid van de beleidsrapporten voor gemeente- en provincieraadsleden te verbeteren.

De volledige regelgeving over de BBC kan worden geraadpleegd in de Vlaamse Codex. De bepalingen die van toepassing zijn voor de opmaak van het meerjarenplan 2026-2031, zijn vastgelegd in:

- het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur (artikel 249-275);

- het Provinciedecreet van 9 december 2005 (artikel 141-164);

- het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen;

- het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen.

Het meerjarenplan 2026 - 2031 bestaat uit  een strategische nota, een  financiële nota en een toelichting.

De strategische nota bevat ten minste de volgende elementen:

  • de beleidsverklaring met een beschrijving van het geplande beleid en een aantal kerncijfers;
  • het overzicht met de beschrijving van alle beleidsdoelstellingen;
  • een omschrijving van de prioritaire acties met verwachte ontvangsten en uitgaven;
  • een verwijzing naar de plaats waar het overzicht van alle beleidsdoelstellingen, actieplannen en acties, en de bijbehorende ramingen, beschikbaar is.

De financiële nota van het meerjarenplan bevat:

  • het financiële doelstellingenplan (schema M1);
  • de staat van het financiële evenwicht (schema M2);
  • het overzicht van de kredieten (schema M3).

De toelichting van het meerjarenplan bevat alle informatie over de verrichtingen in het ontwerp van meerjarenplan die relevant is voor de raadsleden om met kennis van zaken een beslissing te kunnen nemen. Ze moet minstens de volgende onderdelen bevatten:

  • een overzicht van de uitgaven en ontvangsten volgens de beleidsdomeinen (schema T1);
  • een overzicht van de uitgaven en ontvangsten volgens de economische indeling ervan (schema T2);
  • een overzicht van de evolutie van de financiële schulden (schema T3);
  • een overzicht van de investeringen;
  • een beschrijving van de financiële risico's;
  • een overzicht van de personeelsinzet;
  • een overzicht van de IGS en de andere verbonden entiteiten;
  • een beschrijving van de grondslagen en assumpties;
  • een verwijzing naar de plaats waar de documentatie bij het meerjarenplan beschikbaar is;
  • andere relevante toelichtende informatie.

Samen met het ontwerp van het meerjarenplan bezorgt het bestuur de raadsleden ook de bijbehorende documentatie bij dat beleidsrapport. Die documentatie bevat meer gedetailleerde gegevens en achtergrondinformatie die de raadsleden in staat moet stellen om de meer gebalde informatie in het meerjarenplan beter te kunnen interpreteren. De minimale inhoud is vastgelegd in het MB BBC.

Het schema ‘M2: Staat van het financieel evenwicht’ geeft weer in welke mate gemeente en OCMW Haacht voldoen aan de gestelde evenwichtsvoorwaarden. We stellen vast dat het beschikbaar budgettair resultaat elk jaar positief is en dat 2031 wordt afgerond met een geraamd beschikbaar budgettair resultaat van 1.540.282 euro. De geraamde autofinancieringsmarge, die aangeeft in welke mate de leningslasten vanuit het exploitatiesaldo kunnen gedragen worden, bedraagt per 31 december 2031 84.236 euro. 2026 wordt afgerond met een geraamd beschikbaar budgettair resultaat van 3.715.210 euro en een geraamde autofinancieringsmarge van 443.357 euro.

Argumentatie

Zie bijlagen 

Juridische grond

DLB

MB BBC

Fasering

Procedure

De gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn stemmen in principe over het geheel van hun deel van het geïntegreerde meerjarenplan van de gemeente en het OCMW.

Elk raadslid kan echter de afzonderlijke stemming eisen over één of meer onderdelen (bijv. een onderliggende raming, een actie of een actieplan, enz.) van het meerjarenplan. Het betrokken raadslid moet die onderdelen aanwijzen. In dat geval mag de betrokken raad maar over het geheel van zijn deel van het meerjarenplan stemmen ná de stemming van die aangewezen onderdelen. 

Als de stemming over een onderdeel tot gevolg heeft dat het ontwerp van het meerjarenplan moet worden gewijzigd, dan wordt de stemming over het geheel verdaagd tot de eerstvolgende vergadering van de raad. Als de andere raad voordien zijn deel van het meerjarenplan al had vastgesteld, vervalt die vaststelling en stelt die raad het gewijzigde ontwerp van meerjarenplan vast op een volgende vergadering.

1) OCMW-raad stemt over zijn deel : vaststelling

2) gemeenteraad stemt over zijn deel : vaststelling

3) gemeenteraad keurt 1) goed; hierdoor wordt het meerjarenplan definitief vastgesteld.

Regelgeving bevoegdheid

Het Decreet Lokaal Bestuur
<p>DLB</p>

Besluit

De Raad voor Maatschappelijk Welzijn keurt het volgende besluit goed met 17 ja-stemmen (Karin Jiroflee, Frank Vannetelbosch, Steven Swiggers, Tom Van der Auwera, Nico Bogaerts, Luc De Bie, Bert Francois, Tim Timmermans, Annelotte Van Meldert,  Pascal Vandenhoudt, Annik Olbrechts, Benny Van Goolen, Kristel Godyns, Anne Labro; Wilfried Van Noten; Ine Vanhove; Marleen Wouters) tegen 8 neen-stemmen (Bernard Lemaitre, Brigitte Mouligneau, Dieter Vanbesien, Marian Ursi, Veva Daniels, Annemie Buedts, Jolien Beerens, Eddy Ghenne).
De raad voor maatschappelijk welzijn beslist:

Artikel 1

De raad voor maatschappelijk welzijn stelt het geïntegreerde meerjarenplan 2026-2031 van de gemeente en het OCMW (deel OCMW) vast.

We stellen vast dat het beschikbaar budgettair resultaat elk jaar positief is en dat 2031 wordt afgerond met een geraamd beschikbaar budgettair resultaat van 1.540.282 euro. De geraamde autofinancieringsmarge, die aangeeft in welke mate de leningslasten vanuit het exploitatiesaldo kunnen gedragen worden, bedraagt per 31 december 2031 84.236 euro.

2026 wordt afgerond met een geraamd beschikbaar budgettair resultaat van 3.715.210 euro en een geraamde autofinancieringsmarge van 443.357 euro.

Hiermee worden meteen de kredieten voor boekjaar 2026 definitief vastgesteld.