De bevoegdheid van de gemeenteraad inzake het vaststellen van retributies is versoepeld, zodanig dat de gemeenteraad enkel moet beslissen over het kader en de bijzonderste voorwaarden van de retributie. Dit houdt onder meer in dat de gemeenteraad diegene aanduidt die de retributie verschuldigd is, voor zover dat niet als vanzelfsprekend volgt uit de aard van de retributie. Dit houdt eveneens in dat de gemeenteraad de voorwaarden bepaalt van eventuele verminderingen. Het vaststellen van het tarief zelf en de bepaling van de wijze van inning kunnen aan het college worden gedelegeerd, hierdoor kan er op een vlottere manier worden ingespeeld op veranderende omstandigheden.
Het retributiereglement voor het afleveren van een vergunning en bestuurderspas voor het Individueel Bezoldigd Personenvervoer, goedgekeurd door de gemeenteraad van 22 december 2025, verleent machtiging aan het college van burgemeester en schepenen tot het vaststellen van de tarieven.
De basis voor de gemeentelijke retributie op vergunningen en op de afgifte van bestuurderspassen is de Vlaamse regelgeving over het individueel bezoldigd personenvervoer. Wanneer gemeenten hierover een afzonderlijk gemeentelijk retributiereglement goedkeuren, moet dit overeenstemmen met het decretaal kader.
Het bedrag van de jaarlijkse retributie op vergunningen is decretaal vastgelegd. Het bedrag bedraagt 250 euro per in de akte van de vergunning vermeld zero-emissievoertuig (tot 1 januari 2030) en 350 euro per ieder ander in de akte van de vergunning vermeld voertuig. Het bedrag van de eenmalige retributie op de afgifte van bestuurderspassen is ook decretaal vastgelegd. Het bedrag bedraagt 20 euro. Deze bedragen worden jaarlijks geïndexeerd volgens de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen. Deze aanpassing gebeurt door middel van de coëfficiënt die wordt bekomen door het indexcijfer van de maand december van het jaar voorafgaand aan het aanslagjaar te delen door het indexcijfer van de maand december van het jaar 2019.
Het college van burgemeester en schepenen stelt de retributie vanaf 1 januari 2026 vast op: