Terug
Gepubliceerd op 26/03/2019

2019_GR_00101 - Personeel - Vaststelling van het "dagelijks personeelsbeheer" - Goedkeuring

Gemeenteraad
ma 25/02/2019 - 20:01 gemeenteraadszaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Vincent Vanhumbeeck, Steven Swiggers, Jozef Verdeyen, Karin JiroflĂ©e, Tom Van der Auwera, Nico Bogaerts, Ilse Fillet, Paul De Troyer, Mark Feyaerts, Dieter Vanbesien, Luc De Bie, Frank Vannetelbosch, Bert Francois, Bernard Lemaitre, Annelotte Van Meldert, Brigitte Mouligneau, Dries L'heureux, Jo Vandesande, Marc Vermylen, Marian Ursi, Nick Van Avondt, Pascal Vandenhoudt, Tim Timmermans, Luc Van Rillaer

Secretaris

Luc Van Rillaer

Voorzitter

Vincent Vanhumbeeck
2019_GR_00101 - Personeel - Vaststelling van het "dagelijks personeelsbeheer" - Goedkeuring 2019_GR_00101 - Personeel - Vaststelling van het "dagelijks personeelsbeheer" - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

8a08e59561454b880161479b5019067c

Aanleiding en context

Artikel 170 van het decreet lokaal bestuur bepaalt dat de algemeen directeur instaat voor de algemene leiding van de diensten van de gemeente en het OCMW en dat de algemeen directeur aan het hoofd staat van het personeel van de gemeente en het OCMW en bevoegd is voor het dagelijks personeelsbeheer;

Artikel 41, tweede lid, 7° van het decreet lokaal bestuur bepaalt  dat het vaststellen wat onder het begrip “dagelijks bestuur” moet worden verstaan, tot de niet-delegeerbare bevoegdheden van de gemeenteraad behoort;

Artikel 57 van het decreet lokaal bestuur bepaalt dat met behoud van de toepassing van deel 2, titel 3, en behalve in geval van uitdrukkelijke toewijzing van een bevoegdheid als vermeld in artikel 2, § 2, tweede lid, aan het college van burgemeester en schepenen, het college van burgemeester en schepenen bij reglement de uitoefening van bepaalde bevoegdheden aan de algemeen directeur toevertrouwen. De bevoegdheden van het college van burgemeester en schepenen, vermeld in artikel 56, § 1, eerste lid, en § 4, en de op basis van artikel 56, § 2, gedelegeerde bevoegdheden van de gemeenteraad voor het vaststellen van de rechtspositieregeling, het vaststellen van wat onder het begrip `dagelijks personeelsbeheer' moet worden verstaan, het aangaan van dadingen met personeelsleden naar aanleiding van een beëindiging van het dienstverband, die de gevolgen van de beëindiging van het dienstverband als voorwerp hebben, en de bevoegdheden, vermeld in artikel 56, § 3, 7°, 8°, b), 9°, 10°, 11° en 13°, kunnen evenwel niet aan de algemeen directeur worden toevertrouwd;

Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;

Rechtspositieregeling en Arbeidsreglement gemeente/OCMW Haacht

Argumentatie

Artikel 41, tweede lid, 7° van het decreet lokaal bestuur bepaalt  dat het vaststellen wat onder het begrip “dagelijks bestuur” moet worden verstaan, tot de niet-delegeerbare bevoegdheden van de gemeenteraad behoort;

Regelgeving bevoegdheid

Het Decreet Lokaal Bestuur
<p>DLB</p>

Besluit

De Gemeenteraad keurt eenparig het volgende besluit goed.

De gemeenteraad legt het volgende voor aan de raad voor maatschappelijk welzijn:

Artikel 1

De bevoegdheid van de algemeen directeur met betrekking tot het "dagelijks personeelsbeheer" als volgt vast te stellen:

1. Inleiding

a. De omschrijving van het dagelijks personeelsbeheer door de algemeen directeur moet samen worden gelezen met het decreet lokaal bestuur, de rechtspositieregeling en het arbeidsreglement dat een aantal bevoegdheden met betrekking tot het dagelijks personeelsbeheer expliciet aan de algemeen directeur toebedeelt. Deze bevoegdheden werden in deze omschrijving mee opgenomen.

b. De omschrijving van het "dagelijks personeelsbeheer door de algemeen directeur" is eveneens van toepassing op het onderwijzend personeel voor zover bevoegdheden niet aan een andere instantie zijn toegewezen

c. De algemeen directeur rapporteert aan het college over de uitoefening van zijn bevoegdheden inzake dagelijks personeelsbeheer.

d. De algemeen directeur kan een aantal taken delegeren naar het team personeel & organisatieontwikkeling (P&O) of naar zijn vervanger.

2. Individueel personeelsbeheer: aanstelling

a. Het sluiten van stageovereenkomsten

b. Het voeren van de schriftelijke communicatie in het kader van de spontane sollicitaties (via mail en via het team P&O)

c. Beslissen over ontslag wegens beroepsongeschiktheid bij tijdelijke vervangingen

d. Het toevoegen van addenda aan arbeidsovereenkomsten.

3. Individueel personeelsbeheer: verloven e.d.

a. Beslissing over de individuele verlof- en afwezigheidsaanvragen, tenzij uitdrukkelijk anders bepaald in de rechtspositieregeling , het arbeidsreglement (gedelegeerd aan de sectorbeheerders of diensthoofden cfr prikklokregeling)

b. Beslissing over aanvraag loopbaanonderbreking,  andere tijdelijke loopbaanmaatregelen en verlofstelsels

c. Beslissing over dienstvrijstellingen

d. Organisatie van de ziektecontrole, uitgeoefend door het geneeskundig controleorgaan dat is aangeduid door het bestuur

e. Beslissing over de niet-erkenning van een afwezigheid als ziekteverlof

f. Beslissing over het deeltijds opnieuw opnemen van de functie door het statutaire personeelslid, na een afwezigheid wegens ziekte of ongeval.

4. Individueel personeelsbeheer: salaris e.d.

a. De vaststelling van het individuele jaarsalaris van het personeelslid met inbegrip van de overname van anciënniteit en de beslissing over het aantal jaren relevante beroepservaring in de privésector, bij een overheid, in het onderwijs of als zelfstandige, weliswaar binnen de grenzen inzake meerekenbaarheid van anciënniteit die de gemeenteraad (in de rechtspositie) en de aanstellende overheid (in de vacature) gesteld hebben

b. De vaststelling van de periodieke individuele salarisverhoging door opbouw van geldelijke anciënniteit en door bevordering

c. De individuele vaststelling van het vakantiegeld en de eindejaarstoelage van de personeelsleden

d. De individuele vaststelling van alle andere toelagen, vergoedingen en sociale voordelen aan de personeelsleden, voorzien in de gemeentelijke rechtspositieregeling

e. Beslissing over het doorschuiven in de functionele loopbaan

f. Mandatering voor uitbetaling van lonen, vakantiegeld, eindejaarstoelage  en supplementen aan de personeelsleden.

5. Individueel personeelsbeheer: vorming

a. Organisatie van en beslissing over de vormingsplicht, het vormingsrecht en alle andere bepalingen van het vormingsreglement

b. Opstellen van een vormingsplan per personeelslid

c. Organiseren onthaal nieuwe medewerkers.

6. Individueel personeelsbeheer: prestaties e.d.

a. Controle op aanwezigheid, afwezigheid, naleving van de arbeids- en pauzetijden (gedelegeerd aan de leidinggevenden)

b. Uitlenen van personeel aan een gebruiker (zonder overdracht werkgeversgezag)

c. Inzet van gemeentepersoneel op een andere standplaats, binnen de bestaande arbeidsovereenkomst

d. Goedkeuring van prestaties buiten het uurrooster (gedelegeerd aan de leidinggevenden)

e. Verzoek tot presteren van overuren (gedelegeerd aan de leidinggevenden)

f. Opdracht tot permanentieplicht

g. Het opleggen aan het personeelslid van tijdelijk andere arbeid

h. Het verlenen van toestemming om het werk te hervatten na een periode van ongerechtvaardigde afwezigheid

i. Goedkeuring van het uurrooster van personeelsleden en de tijdsregistratie.

7. Individueel personeelsbeheer: evaluatie van het personeelslid en de organisatie ervan (met uitzondering van de decretale graden), zoals:

a. Interne organisatie van de evaluatie en het ontwikkeltraject

b. Het nemen van passende maatregelen met het oog op het verbeteren van de wijze waarop het personeelslid functioneert

c. Aanwijzen van de evaluatoren

d. Individuele opvolging van de evaluatie

e. Formuleren van mondelinge en schriftelijke verwittigingen voor personeelsleden

f. Beslissen over het gevolg van de evaluatie (met uitzondering van het ontslag wegens beroepsongeschiktheid)

g. Formuleren van een gemotiveerd voorstel tot ontslag wegens beroepsongeschiktheid op basis van het evaluatieverslag van de tussentijdse evaluatie

h. Doorgeven aan de beroepsinstantie van een beroep tegen de evaluatie met een ongunstig evaluatieresultaat, ingediend door het personeelslid

i. Beslissen over de bevestiging of de aanpassing van de evaluatie en van het evaluatieresultaat na gemotiveerd advies van de beroepsinstantie

j. In het kader van het evaluatiesysteem van het onderwijzend personeel: eerste evaluator van de schooldirecteur en tweede evaluator voor de wervingsambten.

k. Bij het ontwikkeltraject : In geval van blijvende onenigheid, globaal of inzake een onderdeel van het gesprek wordt dat door het personeelslid en zijn direct leidinggevende of sectorbeheerder gemotiveerd vermeld in de leidraad en voorgelegd aan het MAT. De algemeen directeur beslist over het conflict na bespreking in het MAT. In het uiterste geval en zeker wanneer in het feedbackgesprek een disfunctioneren wordt vastgesteld en geconcludeerd, wordt overgegaan tot de formele evaluatieprocedure.

8. Collectief personeelsbeheer

a. Het toestaan van een uitzondering op de algemene regeling inzake het verzekeren van de gemeentelijke dienstverlening

b. Het opstellen van dienstnota’s

c. Het opstellen van aanvraagformulieren voor allerlei aanvragen (zoals vorming, toelagen,…)

d. Interne communicatie over personeelsaangelegenheden

e. De zorg voor de arbeidsveiligheid en het welzijn op het werk (exclusief de opdracht van de vertrouwenspersoon).

f. Bijdragen tot het psychosociale welzijn van het individuele personeelslid.

9. Verhoudingen met de vakorganisaties

a. Het voor kennisneming viseren van de berichten van de vakorganisaties die in de lokalen van de diensten van het personeel waarvan zij de beroepsbelangen behartigen worden aangeplakt (Wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel)

b. Aanduiding van de plaatsen waar berichten kunnen worden aangeplakt (Wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel)

c. Het bepalen in onderlinge overeenkomst met de betrokken representatieve vakorganisaties van de plaats, dag en uur van de vergaderingen die zij beleggen in de lokalen van de administratie (Wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel).

10. Deontologie

a. Controle op de naleving van de beroepsplichten van personeelsleden (deontologische code)

b. Controle op prestaties en attitudes (deontologische code)

11. Andere

a. Vaststelling van de functiebeschrijving, met uitzondering van de functiebeschrijving van de algemeen directeur, adjunct-algemeen directeur en financieel directeur

b. Beheer van de individuele personeelsdossiers

c. Het verstrekken van verklaringen en het ondertekenen van attesten met betrekking tot de personeelsadministratie die geen beslissing van het college/vastbureau of de raad inhouden

d. Toestemming verlenen tot het betalen van de effectief gemaakte, bewezen en noodzakelijke kosten bij de uitoefening van de functie

e. Formuleren van een voorstel voor waarneming van een hogere functie

f. Aanstellen van personeelsleden bevoegd voor het ontvangen van chartaal geld

g. Toestemming dienstreizen en beslissing over het meest verantwoorde vervoermiddel

h. Controle op de naleving van het arbeidsreglement en van de rechtspositieregeling voor het gemeentepersoneel

i. Mandatering tot uitbetaling van presentiegelden aan de mandatarissen

j. Mandatering tot betaling van bedrijfsvoorheffing.

Artikel 2

Deze vaststelling van het dagelijks personeelsbeheer en de bevoegdheid van de algemeen directeur vervalt 6 maanden na de algehele vernieuwing van de gemeenteraad (oktober 2024).